Cabaretier Nabil: ‘Ik knok heel hard om geen knuffel-Marokkaan te zijn’

Zijn laptop staat nog op de piano, sommige grappen zullen de première niet halen. Toch windt Nabil (39, zijn achternaam laat hij op het podium achterwege) het publiek tijdens een try-out in Theater Bellevue makkelijk om zijn vinger. Na afloop zijn er vriendelijke woorden én selfies voor zijn fans, die hem soms al jaren volgen.

Gebruikt u zelf veel clichés?

“Helaas wel. Toen ik dat merkte, was ik teleurgesteld. Ik dacht altijd dat ik lekker authentiek was, maar dat bleek helemaal niet waar te zijn. Ik hoorde mezelf tijdens een gesprek ‘nee, precies daarom’ zeggen en dacht: waarom doe ik dit? Ik haat zulke mensen, maar dat was dus pure zelfprojectie. Je bent niet echt aanwezig als je zoiets roept. Je maakt je ergens van af.”

Waar komt het vandaan denkt u?

“Ik denk dat het toch met de hoeveelheid prikkels te maken heeft. Er komt tegenwoordig zoveel binnen, dat je niet over elk onderwerp iets kunt of hoeft te weten. Tegelijk voelen we wel de drang om altijd een mening te hebben. Dat zie je ook in talkshows, als voetballers bijvoorbeeld gevraagd wordt om iets over politiek te zeggen. Ik vind het veel stoerder als je dan antwoordt: dat is niet mijn expertise, dus ik hou even mijn mond. In plaats van mee te willen lullen.”

“Ik probeer er zelf nu ook beter op te letten. Ik heb in mijn leven het meest geleerd als ik zei: ik begrijp dit niet, kun je het aan me uitleggen? Maar dan moet je je wel kwetsbaar op durven stellen.”

U zegt in de voorstelling dat de honger naar succes u vroeger depressief maakte.

“In het begin van mijn carrière draaide het allemaal om ego. Op het podium staan associeerde ik met iemand zijn. Met geld verdienen. Dat heb ik gelukkig los kunnen laten. Ik hoor soms van anderen: je had allang in Carré moeten staan, net als Najib en Theo Maassen. Maar ik meet mijn succes niet meer af aan hoeveel mensen er in de zaal zitten. Ik wil kunnen maken wat ik wil maken en blijven groeien.”

In een eerder interview vertelde u dat er twee soorten cabaretiers zijn: ze willen iets veranderen óf iets verwerken. Waarom vindt u dat eerste interessanter?

“Van cabaretiers met een andere etnische achtergrond wordt bijna verwacht dat ze praten over hoe hun ouders naar Nederland zijn gekomen. Hoe het vroeger in Marokko was. Waarom? Wie is er geïnteresseerd in de moeder van Hans Teeuwen? Kijk, als het handig is voor een verhaal zeg ik er wel iets over, maar ik blijf er zoveel mogelijk bij weg. Ik wil dat mensen weten waar ik nú mee bezig ben.”

“Bovendien vind ik dat de leukste grappen je anders naar een bepaalde situatie laten kijken. Chris Rock vertelde ooit dat de Verenigde Staten niet bezig moeten zijn met gun control, ze moeten kogels heel duur maken. Als zo’n ding 10.000 dollar kost, denk je wel drie keer na voor je iemand neerschiet. Dat fragment is nog gebruikt in een presidentscampagne. Dat vind ik vet. Dan draag je bij aan een debat.”

Vindt u het vervelend als mensen het hardst lachen om een typetje of imitatie?

“Ja, daar heb ik moeite mee. Soms ben ik iets aan het vertellen en wordt er best gelachen, maar als ik vervolgens een typetje doe gaat het dak eraf. Dan denk ik: oh shit, jullie willen dat ik zó’n gast word. Ik knok juist heel hard om níet die knuffel-Marokkaan te zijn die een beetje imiteert en rapt.”

Maar u gebruikt wel veel stemmetjes en accenten. Brabanders, Friezen...

“Dat klopt, maar ik stap niet het podium op met het idee: nu ga ik een paar stemmen doen. Ik schets een situatie en als bonus speel ik hem uit met accenten. Stel, ik zeg iets over iemand met een migratie-achtergrond. Dan denkt het publiek misschien alleen: ja, daar heeft hij gelijk in. Het wordt pas grappig met die stemmetjes. Uiteindelijk gaat het me echter om de boodschap onder zo’n verhaal.”

Die Brabander is onverstaanbaar, behalve als hij het woord vluchteling gebruikt.

“Dat doe ik om duidelijk te maken dat hij ergens omheen draait. Eigenlijk wil hij zeggen: het zijn vreemdelingen en dat vind ik eng. Er zit al een groot verschil tussen hoe Syrische en Oekraïense vluchtelingen hier ontvangen worden, want die laatste lijken meer op “ons”. Dat maakt de gemiddelde Nederlander trouwens niet racistisch.”

“Het is een menselijke eigenschap. Mijn moeder wil ook het liefst dat ik thuiskom met een Marokkaanse vrouw. En in mijn vorige voorstelling vertelde ik dat andere Marokkanen mij het hardst gediscrimineerd hebben, omdat ik Berbers ben. Ik vind het veroordelen daarvan niet zo interessant. Ik kijk liever naar de beweegredenen.”

U heeft behoefte aan echtheid tussen alle clichés. Waar vindt u die?

“Nigeriaanse soaps. Die vind ik geweldig. Ze hadden net zo goed door mijn neefje gemaakt kunnen zijn. De decors zijn goedkoop, je ziet de microfoon in het beeld hangen. Dat is veel authentieker dan gelikte series. En ik vind echtheid ook bij mijn moeder. Ik overdrijf niet: zij is nog nooit bij een voorstelling van mij geweest. Het kan haar gestolen worden wat ik allemaal doe, maar ze houdt wel van me.”

Nabil staat donderdag 21 maart '24 in AGORA.

Bestel je kaarten 

Dit artikel komt uit Het Parool van 20 januari 2024.